Project ‘1975’ Essay Elizabeth Kassab

Elizabeth Suzanne Kassab is de auteur van het vierde Project 1975 essay
‘De Arabische strijd om zelfbeschikking. Eigen ideeën, eigen regering, eigen kunst.’
Het essay reflecteert op de rol van de intellectueel in de Arabische wereld in de decennia na de dekolonisatie in de context van de ‘Arabische Lente’.

Waar de Arabische regimes aanvankelijk werden bekritiseerd door een intellectuele minderheid in de jaren zeventig, Kassab noemt bijvoorbeeld de Syrische filmmaker Omar Amiralay, demonstreert tegenwoordig ook een brede laag van de bevolking. Zij (her)formuleren de klachten die al eerder door de kritische denkers werden aangeduid. Maar het zijn niet de kritische denkers die hen daar toe zetten maar hun eigen problematische ervaringen met het regime, hun eigen wanhoop en machteloosheid. Welke rol spelen kunstenaars en intellectuelen ten tijde van deze massale kritische uitingen? Download hier Nieuwsbrief 122 om het essay van Elizabeth Suzanne Kassab te lezen.

Kassab studeerde bedrijfskunde en filosofie aan de American University van Beiroet en ronde haar doctoraal studie filosofie af aan de universiteit van Fribourg in Zwitserland. Haar belangstelling gaat in het algemeen uit naar zowel Westerse als niet-Westerse cultuurfilosofie, met speciale nadruk op het postkoloniale debat over culturele malaise, authenticiteit en maatschappijkritiek. Ze schreef Modern Arab Thought. Cultural Critique in Comparative Perspective dat in 2009 uitkwam bij Columbia University Press. Kassab werkt momenteel als gastonderzoeker aan de Berlin Graduate School for Muslim Cultures and Societies en schrijft aan een nieuw boek over revoluties en verlichting in de Arabische wereld.

Project ‘1975’ Essay Lucrezia Cippitelli

In iedere uitgebreide nieuwsbrief van Project ‘1975’ zal een gastcurator of kunstcriticus een relevant artikel schrijven over het onderwerp postkolonialisme in hedendaagse kunst. De eerste scrhijver is Lucrezia Cippitelli, Hoogleraar Esthetiek aan de Kunstacademie van L’Aquila, Gasthoogleraar aan Cornell University.

Eurocentrisme en de kritiek erop: van Derde Wereld-perspectief tot mondiaal internationalisme

‘Eurocentrisme is anti-universalistisch, want niet geïnteresseerd in het zoeken naar mogelijke algemene wetten van menselijke evolutie. Maar het presenteert zichzelf wel als universalistisch met de bewering dat de uitdagingen van onze tijd alleen zijn op te lossen als alle volken het westerse model imiteren.’1 De  cherpe analyse die Samir Amin van het concept eurocentrisme geeft, vindt haar oorsprong in het eind van de jaren zeventig. Ze lijkt een perfecte beschrijving van de toestand van de wereld aan het begin van de eenentwintigste eeuw, maar dit idee circuleerde in een tijd dat het mondiale proces van dekolonisatie zijn voltooiing naderde en de postkoloniale kritiek een plaats vond in de Angelsaksische academische wereld.2 In zijn invloedrijke, in 1978 gepubliceerde essay wijst de Egyptische marxistische econoom de wortels aan van iets dat hij omschrijft als een specifiek modern verschijnsel, sterk geworteld in de Europese Renaissance, dat in slechts vijf eeuwen vorm heeft gekregen en het machtige en ondoordringbare, eendimensionale culturele stelsel van de moderne wereld moest rechtvaardigen. Resultaat van dit ideologische proces is volgens Amin een westerse geschiedenis die een ontwikkeling laat zien van het oude Griekenland naar Rome, dan via feodaal christelijk Europa naar het kapitalistische Europa.3 Een culturele constructie van een eendimensionaal continent (blank, christelijk, wetenschappelijk progressief, filosofisch voortdurend in ontwikkeling, verlicht, kapitalistisch, vrij, democratisch), dat bovendien door de eeuwen heen het abstractie idee heeft uitgevonden en verdedigd van een dominant Westen en zijn tegenhanger: de Ander, de Rest, de Afwijkende en vaak de vijand. 4

More